De wijziging van de WPO en de WEC in 2006 heeft de mogelijkheid geboden de schooltijden anders in te richten. Het traditionele rooster van 1.000 uur in de bovenbouw (groepen 5 tot en met 8) en 880 in de onderbouw (groepen 1 tot en met 4) wordt sindsdien steeds vaker verlaten. In eerste instantie is daarbij de aandacht vooral uitgegaan naar een rooster met een gelijk aantal schooluren voor elk leerjaar, het zogenoemde Hoorns model. Dat model en varianten daarop zijn nu al op een groot aantal plaatsen gerealiseerd. Andere schooltijden in het onderwijs staat volop in de belangstelling. De discussie is met name aangezwengeld door de initiatiefgroep Andere Tijden in onderwijs en opvang. De initiatiefgroep heeft het maatschappelijk debat gestimuleerd, meegewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe schooltijdmodellen en diverse publicaties uitgegeven. De inspiratie voor andere schooltijden stoelt mede op nieuwe inzichten waarbij gesproken wordt over het vijf gelijke dagen-model, het bioritme-model en het van 7 tot 7-model. Wijziging van schooltijden heeft wel financiële consequenties en één van de gevolgen is ook dat de regelingen rond de bepaling van de werktijdfactor onder druk komen te staan.