In eerdere nieuwsbrieven werd al ingegaan op de ontwikkeling van de werkgeverslasten en de wijziging in de WGA-premie. Hoewel veel besturen en directies hier niet direct een toepassing voor de eigen organisatie in zullen zoeken, is dit belangrijke informatie voor een goed financieel management. In de praktijk blijkt elke keer weer dat een verkeerde inschatting van de zogenaamde opslag werkgeverslasten die in veel begrotingstools wordt gebruikt, of een loonkostenprognose op basis van historie, gedurende het jaar financiële tegenvallers oplevert die moeilijk meer af te wentelen zijn.
Sinds de invoering van de lumpsumbekostiging wordt de ontwikkeling van de werkgeverslasten (WG-lasten) in het PO systematisch gevolgd. De werkgeverslasten zijn daarbij gedefinieerd als de kosten die uitstijgen boven het brutosalaris van een werknemer. Op die wijze zijn de werkgeverslasten dus alle kosten die direct of indirect uitgaan van het brutosalaris zoals die in de salaristabellen zijn opgenomen en omvatten onder andere dus ook de vakantie- en eindejaarsuitkeringen plus de premieheffingen. Voor het maken van een meerjarenraming van de salariskosten is het actuele brutosalaris een gegeven dat samen met de opslag voor de WG-lasten dan leidt tot de salariskosten in de meerjarenbegroting.