In de praktijk lukt het steeds beter om alle wettelijk verplichte partners te laten deelnemen aan het LEA-overleg. Daarnaast zie je in de praktijk dat er steeds meer niet verplichte partners meedoen ...
Het is voor scholen soms lastig om te beslissen welk onderwerp ze in de LEA besproken willen hebben. Dan kan de onderstaande tabel een mooie hulpmiddel zijn.
De verplichte onderwerpen in de LEA zijn: het creëren van een doorlopende leerlijn van voorschoolse educatie naar het basisonderwijs; het realiseren van een betere spreiding voor het basisonderwijs ...
Financiën zijn op twee manieren belangrijk bij het vormen van de LEA: ten eerste kost het LEA-overleg geld. Dit geld komt in de regel bij gemeenten vandaan. Daarnaast handelt het LEA-overleg over onderwerpen waar gemeenten en scholen geld voor hebben. Dit geld komt van gemeenten en scholen in nader overleg, uit de diverse potjes die er beschikbaar zijn.
Naast de wettelijk verplichte thema’s, is het mogelijk om de LEA te verrijken met vrijwillige thema’s van overleg. De meest gebruikte, ‘klassieke’ verrijkkingsthema’s zijn: Brede school Centrum voor ...
De WPO en Wet OKE gaan beiden in op de wettelijk verplichte partners aan het LEA overleg.
De LEA 2011-2014 van de gemeente Ooststellingwerf bevat een inleidend hoofdstuk ‘landelijke ontwikkelingen in het onderwijsveld’. Dit hoofdstuk beschrijft zeer mooi en beknopt de diverse ontwikkelingen waar gemeenten rondom het onderwijs de komende jaren mee te maken krijgen. Voor scholen is het heel goed om dit te lezen, omdat het snel inzicht geeft in de verplichtingen en mogelijkheden van gemeenten op het onderwijsdomein.
Bij het maken van afspraken met gemeenten in een Lokale Educatieve Agenda, is het voor scholen goed om te weten wat er allemaal moet – en wat er mogelijk is – bij het afsluiten van een LEA. Daarom vindt u hier het voorbeeld van de LEA van Barneveld.
Sinds 2006 dienen gemeenten en scholen samen een Lokale Educatieve Agenda (LEA) op te stellen.
In het wetsvoorstel OKE, dat in juni 2009 openbaar is gemaakt, staat dat er vanaf 2011 enige doorzettingsmacht komt voor gemeenten in het verplicht overleg.