- Opschrift
- Aanhef
- Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen
artikelen 1.1-1.8- Artikel 1.1
Begripsbepalingen - Artikel 1.2
Peildatum - Artikel 1.3
Voorwaarden omtrent aanvraag - Artikel 1.4
- Artikel 1.5
Verplichtingen uitwonende studerende - Artikel 1.6
- Artikel 1.7
Gebruik burgerservicenummer of onderwijsnummer - Artikel 1.8
AWIR van toepassing
- Artikel 1.1
- Hoofdstuk 2
Werkingssfeer
artikelen 2.1-2.17 - Hoofdstuk 3
Studiefinanciering
artikelen 3.1-3.30 - Hoofdstuk 4
Beroepsonderwijs
artikelen 4.1-4.23 - Hoofdstuk 5
Hoger onderwijs; prestatiebeurs
artikelen 5.1-5.17 - Hoofdstuk 6
Opbouw en terugbetaling studieschuld
artikelen 6.1-6.17 - Hoofdstuk 7
Herziening
artikelen 7.1-7.4 - Hoofdstuk 8
Uitbetaling, verrekening en invordering
artikelen 8.1-8.3 - Hoofdstuk 9
Toezicht en sancties
artikelen 9.1-9.12 - Hoofdstuk 10
Hoger onderwijs; tempobeurs
artikelen 10.1-10.8 - Hoofdstuk 10a
Opbouw en terugbetaling studieschuld; «oude» debiteuren
artikelen 10a.1-10a.13 - Hoofdstuk 11
Overige bepalingen
artikelen 11.1-11.7 - Hoofdstuk 12
Overgangsbepalingen
artikelen 12.1-12.14 - Hoofdstuk 13
Wijzigingen in andere wetten
artikelen 13.1-13.20 - Hoofdstuk 14
Slotbepalingen
artikelen 14.1-14.3 - Slotformulier en ondertekening
Wet studiefinanciering 2000 (tekst geldig vanaf 05-01-2012 tot 01-01-2013)
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
afsluitend examen:
- a.
voor wat betreft hoofdstuk 4 het examen, bedoeld in artikel 7.4.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, alsmede het daarmee overeenkomende examen van een opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.13a,
- b.
voor wat betreft de hoofdstukken 5 en 10 het examen, bedoeld in artikel 7.10a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, alsmede het daarmee overeenkomende examen van een opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.14,
bacheloropleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, die is geaccrediteerd als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of die de toets nieuwe opleiding, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel t, van die wet, met positief gevolg heeft ondergaan,
belastbaar minimumloon: bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag, afgeleid van het totaal van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag voor een 23-jarige op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag,
beroepsonderwijs: opleiding als bedoeld in artikel 7.2.7, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en als bedoeld in artikel 2.13a,
collegegeldkrediet: lening voor betaling van het collegegeld in het hoger onderwijs,
debiteur: degene die zich krachtens artikel 6.2 heeft verplicht tot terugbetaling,
deelnemer: degene die beroepsonderwijs volgt,
hoger beroepsonderwijs: hoger beroepsonderwijs in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
hoger onderwijs: wetenschappelijk onderwijs en hoger beroepsonderwijs als bedoeld in paragraaf 2.3 en in artikel 2.14,
lening: rentedragende lening die niet kan worden omgezet in een gift, onverminderd omzetting, bedoeld in artikel 10.8,
masteropleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, die is geaccrediteerd als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of die de toets nieuwe opleiding, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel t, van die wet, met positief gevolg heeft ondergaan,
onderwijsnummer: door Onze Minister uitgegeven persoonsgebonden nummer, toegekend aan een persoon aan wie niet van overheidswege een burgerservicenummer is verstrekt,
Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
opleiding niveau 1 of 2:
- a.
assistentopleiding en basisberoepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en
- b.
opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.13a en waarvan Onze Minister heeft vastgesteld dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2,
opleiding niveau 3 of 4:
- a.
vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen c, d en e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en
- b.
opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.13a en waarvan Onze Minister heeft vastgesteld dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4,
ouder: natuurlijke ouder of adoptiefouder in de zin van de artikelen 197 tot en met 232 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek,
partner: partner als bedoeld in artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen,
peiljaar: tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarin het studiefinancieringstijdvak aanvangt, dan wel het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de draagkracht in de zin van hoofdstuk 6 wordt vastgesteld,
prestatiebeurs: rentedragende lening die onder voorwaarden kan worden omgezet in een gift, waarbij de rente teniet gaat, niet zijnde de rentedragende lening die niet kan worden omgezet in een gift,
reisrecht: recht om te reizen als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid,
reisvoorziening: voorziening als bedoeld in artikel 3.7 en paragraaf 3.7,
RSR: Regisseur Studenten Reisrecht, de rechtspersoon die in opdracht van het vervoerbedrijf tot taak heeft de digitale administratie van de OV-chipkaart voor studerenden te voeren,
specialistenopleiding: specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
student: degene die hoger onderwijs volgt, niet zijnde een extraneus,
studerende: deelnemer of student,
studiefinanciering: door Onze Minister verstrekte toekenning in verband met het volgen van een opleiding in het beroepsonderwijs of in het hoger onderwijs waarop uitsluitend op grond van deze wet aanspraak bestaat,
studiefinancieringstijdvak: kalenderjaar of een gedeelte daarvan waarop de toekenning van studiefinanciering betrekking heeft, met dien verstande dat deze periode ten minste 1 kalendermaand is,
studiejaar:
- 1°.
in het hoger onderwijs: tijdvak dat aanvangt op 1 september van enig kalenderjaar en eindigt op 31 augustus daaropvolgend,
- 2°.
in het beroepsonderwijs: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus van enig kalenderjaar en eindigt op 31 juli daaropvolgend,
studiepunt: eenheid waarin de studielast, bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, wordt uitgedrukt,
thuiswonende studerende: studerende die niet een uitwonende studerende is,
toetsingsinkomen: inkomen als bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat, behoudens bij de toepassing van de artikelen 3.4 en 3.17, voor berekeningsjaar wordt gelezen: peiljaar,
uitwonende studerende: studerende die voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 1.5,
veronderstelde ouderlijke bijdrage: bedrag dat verondersteld wordt door de ouders bijgedragen te worden waarmee de aanvullende beurs van de studerende wordt verminderd,
vervoerbedrijf: rechtspersoon die op grond van een overeenkomst met de Staat als partij of als derde verantwoordelijk is voor de uitvoering van het reisrecht,
voltijdse opleiding: opleiding in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met uitzondering van deeltijds onderwijs,
vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000,
WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs,
wetenschappelijk onderwijs: wetenschappelijk onderwijs in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
wettelijk collegegeld: wettelijk collegegeld als bedoeld in artikel 7.45 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
WHW: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Onder voltijdse opleiding wordt mede verstaan een duale opleiding in de zin van de WHW.
Toelichting artikel 1.1 Begripsbepalingen
Artikel 1.2. Peildatum
Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet is bepalend de toestand op de eerste dag van de maand, tenzij anders is bepaald.
Toelichting artikel 1.2 Peildatum
Artikel 1.3. Voorwaarden omtrent aanvraag
Aan welke voorwaarden een aanvraag moet voldoen, kan bij ministeriële regeling worden bepaald. In ieder geval wordt daarbij bepaald dat de aanvrager zijn burgerservicenummer of onderwijsnummer verstrekt.
Toelichting artikel 1.3 Voorwaarden omtrent aanvraag
Toelichting artikel 1.4 Minderjarigheid
Artikel 1.5. Verplichtingen uitwonende studerende
Voor het normbedrag voor een uitwonende studerende komt in aanmerking de studerende die voldoet aan de volgende verplichtingen:
- a.
de studerende woont op het adres waaronder hij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven, en
- b.
het woonadres van de studerende is niet het adres waaronder zijn ouders of een van hen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat of staan ingeschreven.
Op een studerende die ingevolge artikel 2.13a of artikel 2.14 in aanmerking komt voor studiefinanciering is het eerste lid, onderdeel a, niet van toepassing.
Toelichting artikel 1.5 Verplichtingen uitwonende studerende
Toelichting artikel 1.6 Inspecteur der rijkbelastingen bepaalt inkomen of loon
Artikel 1.7. Gebruik burgerservicenummer of onderwijsnummer
Onze Minister gebruikt het burgerservicenummer of onderwijsnummer van een studerende of debiteur ter zake van de uitvoering van deze wet slechts:
- a.
in contacten met die studerende of debiteur,
- b.
in contacten met personen en instanties voorzover deze zelf gemachtigd zijn tot het opnemen van het burgerservicenummer of onderwijsnummer in een persoonsregistratie,
- c.
teneinde de gegevens van die studerende of debiteur te vergelijken met de gegevens die over hem zijn opgenomen in het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht, voorzover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van deze wet, en
- d.
in contacten met de toezichthouders, bedoeld in artikel 9.1a.
Het burgerservicenummer of onderwijsnummer van de partner of ouder van een studerende of debiteur kan ter zake van de uitvoering van deze wet slechts worden gebruikt in contacten met die partner of ouder of met de desbetreffende studerende of debiteur, alsmede, voorzover het betreft de controle op de rechtmatigheid, in contacten met personen en instanties voorzover deze zelf gemachtigd zijn tot het opnemen van het burgerservicenummer of onderwijsnummer in een persoonsregistratie.
Toelichting artikel 1.7 Gebruik van sociaal-fiscaalnummer en onderwijsnummer
Artikel 1.8. AWIR van toepassing
Op deze wet zijn van toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen:
