In geding is het door verweerders bij hun bestreden besluit gehandhaafde besluit van 10 juli 1989, inhoudende dat appellant met ingang van 1 juni 1989 tot 15 juli 1989 een kilometervergoeding voor het vervoer van zijn zoon D naar ‘de Rozengaarde’-school voor het schooljaar 1989/1990 wordt aangepast vervoer aangeboden naar de v.s.o.m.l.k.-school te D.
Bij besluit van 8 december 1995 hebben burgemeester en wethouders van Zaltbommel (hierna: burgemeester en wethouders) geweigerd appellante krachtens de Verordening leerlingenvervoer gemeente Zaltbommel (hierna: de Verordening) een vergoeding toe te kennen van vervoerskosten ten behoeve van het schoolbezoek van haar zoon in het schooljaar 1995/1996.
Bij besluit van 17 juli 2000 hebben appellanten een verzoek van J.C.C. K. (hierna: K.) om een vergoeding voor aangepast vervoer van zijn zoon ten behoeve van schoolbezoek in het schooljaar 2000/2001 afgewezen, doch wél een vergoeding toegekend op basis van de kosten van openbaar vervoer voor zijn zoon en een begeleider.
Bij besluit van 28 juli 1999 hebben appellanten het verzoek van L.M.J.C. P. (hierna: P.) om vergoeding van eigen vervoer voor het schoolbezoek van haar dochter afgewezen.
Zoon Dirk woont in een leefgroep van Stichting Xonar. Hij gaat naar het Speciaal Basisonderwijs het Mozaïek. Moeder A doet een verzoek voor leerlingenvervoer van Dirk. Dit wordt toegewezen door de gemeente. Probleem is dat Dirk door zijn onvoorspelbare gedrag niet zelfstandig naar de opstapplaats van de taxibus kan lopen. Het verzoek om hem op te halen vanaf zijn woonadres wordt niet toegewezen.
De aanvraag voor Patrick en Nina van aangepast vervoer naar een school voor speciaal basisonderwijs is afgewezen door het college van Burgemeester en Wethouders van Assen. Zij hebben in eerste instantie een vergoeding toegekend voor de kosten van openbaar vervoer zonder begeleiding.