Bij het bestreden besluit hebben verweerders het besluit van appellanten van 11 november 1985 vernietigd en aan belanghebbende S.J.M. B met ingang van de datum van de aanvraag een tegemoetkoming toegekend ter hoogte van de kosten van openbaar vervoer van zijn dochter E van en naar de Vrije School voor basisonderwijs: een en ander met dien verstande dat in het schooljaar 1985/1986 een bedrag van ƒ 263,– voor rekening van S.J.M. B blijft.
Het bestreden besluit betreft de ongegrondverklaring van de bezwaren van appellant tegen het besluit van verweerders van 25 september 1987, waarbij zij afwijzend hebben beslist op het verzoek van appellant om een tegemoetkoming in de kosten van vervoer van zijn zoon A. naar en van de Reformatorische Eben Haëzerschool voor basisonderwijs te Teuge, gemeente Voorst.
Ten aanzien van het besluit van verweerders van 20 juni 1988, voor zover dit betreft het schooljaar 1987/1988, alsmede hun besluit van 8 februari 1989, overweegt de Afdeling het volgende.
In geding is het door verweerders bij hun bestreden besluit gehandhaafde besluit van 10 juli 1989, inhoudende dat appellant met ingang van 1 juni 1989 tot 15 juli 1989 een kilometervergoeding voor het vervoer van zijn zoon D naar ‘de Rozengaarde’-school voor het schooljaar 1989/1990 wordt aangepast vervoer aangeboden naar de v.s.o.m.l.k.-school te D.
Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting splitst het geschil zich toe op de vraag welke waarde moet worden toegekend aan de door appellante afgelegde verklaring omtrent haar overwegende bezwaren tegen de richting van het onderwijs, dat wordt gegeven aan dichter bij haar woning gelegen, voor haar kinderen toegankelijke scholen, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de verordening.
Bij besluit van 28 juli 1999 hebben appellanten het verzoek van L.M.J.C. P. (hierna: P.) om vergoeding van eigen vervoer voor het schoolbezoek van haar dochter afgewezen.
Bij besluit van 12 juli 1999 hebben burgemeester en wethouders van Heusden (hierna: burgemeester en wethouders) een verzoek van appellante om vergoeding van de kosten van eigen vervoer voor het schoolbezoek van haar dochter afgewezen.