In Nederland gaan vwo’ers naar de universiteit. Tenslotte staat vwo voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs. Het is de natuurlijke weg die een leerling op het atheneum of het gymnasium bewandelt. Ouders denken en verwachten het, docenten en decanen denken en verwachten het en ook de leerlingen denken en verwachten het.
Studeren wordt steeds duurder, studieschulden lopen op. De huidige kabinetsplannen schaden het rechtszekerheidsbeginsel van studenten; zij hebben geen tijd gehad om rekening te houden met de toekomstige situatie. De student krijgt de rekening gepresteerd.
De sector is terug als aangrijpingspunt van beleid. Hoe komt dat? En wat is de betekenis van een sectorplan? Als één van de eerste hbo-sectoren heeft het kunstonderwijs onlangs zo’n sectorplan gemaakt. Dit aan de hand van een advies over de inhoud door een commissie onder leiding van Robbert Dijkgraaf.
In Hoger Onderwijs Management ook aandacht voor de mens achter de manager. Deze keer zijn wij in gesprek met Marcel Wintels, voorzitter van het College van Bestuur van de Fontys Hogescholen.
In het (hoger) onderwijs wordt bij professionalisering vaak onmiddellijk gedacht aan de docenten als doelgroep. Bij Hogeschool Rotterdam is daarnaast ook een gedifferentieerd programma opgezet voor de professionalisering van het management.
De Hogeschool van Amsterdam heeft een basiskwalificatie onderwijs (bko) ontwikkeld voor HvA-docenten. Het bestuur wil heldere en eenduidige verwachtingen stellen aan de basisprofessionaliteit van alle docenten. De afspraak is dat in 2014 vijfennegentig procent van de docenten over een basiskwalificatie onderwijs beschikt.
In 2008 hebben de Nederlandse universiteiten elkaars regelingen rondom de basiskwalificatie onderwijs (bko) erkend. Inmiddels hebben ruim 2300 docenten aan universiteiten hun bko behaald. Een succesverhaal, maar er zijn ook vraagstukken die om aandacht vragen. Vandaar dat in 2012 onderhoud aan de onderwijskwalificatie plaatsvindt: bko 2.0. Wat zijn de onderwerpen die spelen? Een eerste overzicht.
Het belang van goede loopbaanoriëntatie voor scholieren in het voortgezet onderwijs wordt steeds groter. Door plannen als de langstudeermaatregel kunnen veel studenten het zich niet permitteren om een verkeerde studie te kiezen. Het is dan ook goed dat er in de Strategische Agenda voor het hoger onderwijs voorstellen worden gedaan om de voorlichting en studiekeuzebegeleiding te verbeteren.
In het nieuwe systeem van kwaliteitszorg van opleidingen neemt de Instellingstoets een centrale plaats in. Omdat dat een nieuw element in het systeem is, zoeken de instellingen en ook de NVAO naar de invulling daarvan. De Hanzehogeschool Groningen heeft als een van de twee eerste hogescholen die Instellingstoets doorlopen.
Een van de meest uitdagende vragen in het hoger onderwijs is momenteel hoe we zoveel mogelijk studenten die starten met een studie kunnen bewegen om daadwerkelijk af te studeren binnen de nominale tijd. Onlangs zijn drie onderzoeken afgerond die elk vanuit verschillende perspectieven deze vraag proberen te beantwoorden (Severiens et al., 2011) (1). In dit artikel bespreken we de resultaten van het deelonderzoeken dat inzoomt op studiesucces in verschillende leeromgevingen.