De leerlingenprognoses voor het basisonderwijs geven inzicht in de toekomstige ontwikkeling van het aantal leerlingen op de verschillende scholen in een gemeente en zijn gebaseerd op de ontwikkeling van de bevolking in die gemeente. Het proces bestaat uit twee onderdelen: de bevolkingsprognose en de leerlingenprognose.
De data van de 1 oktobertelling, die het CFI jaarlijks uitvoert, dienen voor de bepaling van de huisvestingsbehoefte van een school en de leerlingenprognose. De informatie beperkt zich tot gewogen en ongewogen aantallen leerlingen per leeftijdsgroep. Op basis van deze informatie maakt een gemeente lange- en kortetermijnprognoses, die zij als uitgangspunt gebruikt voor haar beleid.