Uitspraak Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Maarn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 11 februari 2011 in zaak nr. 10/386 in het ...
Uitspraak Uitspraak op het hoger beroep van: het college van burgemeester en wethouders van De Marne, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 26 juli 2010 in zaak nr. 10/237 in ...
Uitspraak Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Asten, tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 16 juni 2010 in zaak nr. 09/5921 in het geding tussen: [appellant] ...
Uitspraak Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Harmelen, gemeente Woerden, tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 12 november 2010 in zaak nr. 10/71 in het geding tussen: ...
Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 8 september 2010 in zaak nr. 10/254 in het geding tussen: [appellant] en het ...
Uitspraak Tussenuitspraak met toepassing van artikel 49, zesde lid, van de Wet op de Raad van State op het hoger beroep van: het college van burgemeester en wethouders van De Marne, appellant, tegen ...
Verweerster heeft in beroep gehandhaafd het besluit van burgemeester en wethouders van Cromstrijen van 7 augustus 1986, waarbij afwijzend is beschikt op het verzoek van appellant om, voor het schooljaar 1986-1987, een tegemoetkoming in de kosten van vervoer van zijn twee kinderen naar de Reformatorische basisschool, gelegen te K.
In geding is het bij het bestreden besluit gehandhaafde besluit van verweerders van 1 maart 1988, waarbij afwijzend is beschikt op het verzoek van appellant om een tegemoetkoming in de kosten van aangepast vervoer ten behoeve van zijn zoon B. van en naar de Vrijgemaakt Gereformeerde basisschool te G.
Bij het bestreden besluit hebben verweerders het besluit van appellanten van 11 november 1985 vernietigd en aan belanghebbende S.J.M. B met ingang van de datum van de aanvraag een tegemoetkoming toegekend ter hoogte van de kosten van openbaar vervoer van zijn dochter E van en naar de Vrije School voor basisonderwijs: een en ander met dien verstande dat in het schooljaar 1985/1986 een bedrag van ƒ 263,– voor rekening van S.J.M. B blijft.
Het geschil dat partijen verdeeld houdt betreft in de eerste plaats de afstand tussen de ouderlijke woning en de door de oudste zoon van appellante bezochte school. Daarbij is onbestreden dat de door appellante en haar zoon van huis naar school af te leggen afstand minder bedraagt dan 2 km. Appellante stelt evenwel dat de van school naar huis af te legger. afstand meer bedraagt dan 2 km.