De persoon die ingevolge de Leerplichtwet 1969 verantwoordelijk is voor de nakoming van de inschrijfplicht is: - ofwel degene die met het gezag over de jongere is belast, - ofwel degene die zich met ...
De eigenlijke leerplicht begint op de eerste schooldag van de maand volgend op die waarin de jongere de leeftijd van vijf jaar heeft bereikt en eindig aan het einde van het schooljaar waarin de jongere zestien jaar geworden is of, als dat korter is, aan het einde van het twaalfde volledige schooljaar dat de jongere op school heeft gezeten. Onmiddellijk aansluitend wordt de jongere als regel kwalificatieplichtig en blijft dat tot zijn 18e verjaar of totdat hij een startkwalificatie heeft behaald.
De leerplicht heeft betrekking op alle in Nederland verblijvende jongeren in de leeftijd vanaf de eerste schooldag van de maand volgend op hun vijfde verjaardag tot het einde van het schooljaar waarin de jongere de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt of, als dat korter is, aan het einde van het twaalfde volledige schooljaar dat de jongere op school heeft gezeten.
De leerplicht heeft betrekking op het schoolgaan van jongeren. De leerplicht, zoals die geregeld is in de Leerplichtwet 1969, bestaat uit twee van elkaar te onderscheiden verplichtingen.
Nederland kent sinds 1900 leerplicht. De belangrijkste drijfveer om tot een wettelijke regeling van de leerplicht te komen was, in het voetspoor van het bekende kinderwetje van Van Houten uit 1874, het bestrijden van kinderarbeid. Daarnaast speelde ook preventie tegen armoede en crimineel gedrag een rol. Zonder te kunnen lezen of schrijven zouden kinderen voortgaande armoede en mogelijk verlies van normbesef niet kunnen ontlopen en als gevolg daarvan crimineel gedrag kunnen gaan vertonen.
PROTOCOL nr. 1 van 20 maart 1952, Trb. 1952, 80, resp. 1990, 157, bij het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950, Trb. 1951, 154, ...
VERDRAG van 20 november 1989, gesloten te New York, Trb. 1990, 46 (Engelse en Franse tekst), resp. Trb. 1990, 170 (Nederlandse tekst), voor het Koninkrijk der Ne-derlanden goedgekeurd bij Rijkswet van ...
INTERNATIONAAL VERDRAG van 19 december 1966, Trb. 1969, 100 (Engelse en Franse tekst), resp. Trb. 1978, 178 (herziene Nederlandse tekst), te New York vastge-steld door de Algemene Vergade¬ring van de ...
VERKLARING van 10 december 1948, te New York vastgesteld door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (uittreksel)
Na afloop van de Twee Wereldoorlog kreeg de bereidheid tot internationale samenwerking en de behoefte aan het vastleggen van de grondrechten van de mens een enorme stimulans. Dat resulteerde onder meer in de oprichting van de Verenigde Naties, in de vaststelling van de Universele verklaring van de rechten van de mens door de Algemene vergadering van de Verenigde Naties en aansluitend in de totstandkoming van diverse internationale verdragen waarin grondrechten werden vastgelegd. Eén van de in dit verband internationaal erkende grondrechten is het recht op opvoeding en onderwijs.