De voorganger van de WMS, de Wet medezeggenschap in het onderwijs (WMO), voorzag in de mogelijkheid om ontheffing te krijgen van toepassing van de wettelijke voorschriften over medezeggenschap op ...
De WMS bevat twee belangrijke bepalingen m.b.t. het mogelijk niet naleven van de wet.
In de WMS is een artikel is opgenomen waarin de minister wordt opgedragen vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet, dus in 2012, aan de Staten-Generaal (Eerste en Tweede Kamer) een verslag te sturen over de doeltreffendheid en de effecten van de WMS in de praktijk.
Uitgangspunt van de WMS is dat er op elke school een MR aanwezig is, en wanneer meer scholen van eenzelfde soort onder één bevoegd gezag staan er een GMR aanwezig is. Artikel 44 van de WMS over de voorlopige medezeggenschapsraad is geschreven voor de situatie waarin een nieuwe school wordt geopend, of door fusie of overname er voor de eerste keer meerdere scholen onder het betreffende bevoegd gezag komen.
In artikel 27 van de WMS is de mogelijkheid geopend rekening te houden met specifieke gevallen. Deze bepaling biedt volgens de officiële toelichting de mogelijkheid om regels te stellen over medezeggenschap bijvoorbeeld bij stichting, samenvoeging of splitsing van scholen.
Uitgangspunt van de WMS is dat het overleg tussen bevoegd gezag en de (G)MR plaatsvindt met de gehele (G)MR. In het reglement kan echter worden opgenomen dat bepaalde onderwerpen door het bevoegd gezag allen wordt afgehandeld met die geleding die het aangaat.
In de artikelen 10 tot en met 14 van de WMS is een set bevoegdheden geformuleerd waarvan de wetgever vindt dat ze aan de (G)MR als geheel dan wel aan een geleding moesten worden toegekend. Het is echter ook mogelijk met deze bevoegdheden te schuiven en instemmingsbevoegdheden om te zetten in adviesbevoegdheden en omgekeerd.
In beginsel stelt de WMS dat iedere ouder van een leerling van de school zich kandidaat kan stellen voor een plaats in de (G)MR. Dit beginsel kent echter één uitzondering, die loopt via de diverse onderwijswetten.
In de artikelen 10 tot en met 14 van de WMS is een set bevoegdheden geformuleerd waarvan de wetgever vindt dat ze aan de (G)MR als geheel dan wel aan een geleding moesten worden toegekend. Het is echter mogelijk dat de (G)MR of een geleding het wenselijk vindt het aantal bevoegdheden uit te breiden.
Artikel 24 van de WMS stelt in het eerste lid onder k dat in het medezeggenschapsreglement in ieder geval wordt geregeld ‘de procedure voor de beslechting van die geschillen tussen het bevoegd gezag ...