Het bevoegd gezag neemt met twee, respectievelijk vier scholen deel aan twee samenwerkingsverbanden. De overige scholen van het bevoegd gezag vormen tezamen een samenwerkingsverband. Het bevoegd gezag en de GMR verschillen van mening over de vraag of aan de GMR of aan de MR'en instemmingsrecht toekomt ten aanzien van de zorgplannen van de samenwerkingsverbanden. Uit de bewoordingen van artikel 16 lid 1 WMS blijkt dat de aard van de desbetreffende aangelegenheid kan bewerkstelligen dat de GMR bevoegd is, ook indien ogenschijnlijk minder dan de helft van de onder het bevoegd gezag vallende scholen direct bij de aangelegenheid betrokken is. In het onderhavige geval heeft de GMR niet aannemelijk gemaakt dat het vaststellen van de zorgplannen van de twee samenwerkingsverbanden naar zijn aard een aangelegenheid is, die van gemeenschappelijk belang is voor alle of voor de meerderheid van de scholen van het bevoegd gezag.
Een samenwerkingsverband van schoolbesturen kan besluiten nemen, die uiteindelijk invloed hebben op de afzonderlijke scholen. Het is dan belangrijk dat ook een MR of GMR een dergelijk besluit vooraf kan beoordelen. De WMS biedt de mogelijkheid voor deze situatie een boven - bestuurlijke medezeggenschapsraad (BMR) in te stellen. Hoe ziet zo’n raad er uit, wat is zijn positie en hoe komt de BMR tot stand?