Hoe kan het onderwijs worden gestimuleerd om een eigentijdse invulling te geven aan vorming? In het advies Onderwijs vormt geeft de Onderwijsraad antwoord op deze vraag van de Eerste Kamer. De raad stelt de rol van de leraar daarbij centraal. Om zich te kunnen vormen hebben leerlingen leraren nodig, die kennis aanreiken en deskundigheid tonen en die bepaalde waarden of idealen in hun handelen laten zien. Leraren vervullen een belangrijke voorbeeldrol voor leerlingen en studenten. Een leraar is met wie hij is en hoe hij optreedt altijd vormend bezig, bedoeld en onbedoeld. Het is belangrijk dat leraren zich bewust zijn van hun vormende rol, zodat zij die rol doelgericht kunnen inzetten.
Sommige instellingen voor beroeps- en volwasseneneducatie doen het goed, maar er is ook een groep die niet goed presteert. In het algemeen constateert de commissie Onderwijs en Besturing (commissie-Oudeman) dat op te veel instellingen de basiskwaliteit, de onderwijskwaliteit of de examenkwaliteit onvoldoende is. Daarin moet volgens de commissie verbetering worden aangebracht. Wanneer dit niet gebeurt, zal het gebrek aan kwaliteit zijn weerslag blijven houden op het imago van de gehele sector, en nog belangrijker: dan krijgen te veel studenten onvoldoende kwalitatief goed onderwijs.
Om meer samenhang aan te brengen in de kwalificatiestructuur als geheel moeten de kenniscentra de criteria voor beschrijvingen in dossiers aanscherpen. Bovendien moeten zij gezamenlijk ontwikkelteams samenstellen voor de (door)ontwikkeling van de kwalificatiestructuur. Dit is een van de aanbevelingen die de commissie Kwalificeren en Examineren op verzoek van de minister van OCW heeft geformuleerd om de doelmatigheid met betrekking tot kwalificatiestructuur, opleidingenaanbod en examinering in het middelbaar beroepsonderwijs te verbeteren.