De regeling wijzigt de 'Regeling OCW-subsidies' (ROS) en heeft als doel de ROS van toepassing te verklaren op subsidieregelingen die inwerking zijn getreden vóór de inwerkingtreding van de ROS op 12 oktober 2010. Om niet geconfronteerd te worden met het feit dat subsidieontvangers te maken krijgen met een gewijzigd verantwoordingsregime, is in de ROS een nieuw artikel ingevoegd, dat het overgangsrecht regelt. Dat artikel verwijst naar de bijlage waarin subsidieregelingen zijn opgenomen waarop de ROS vanaf het moment van inwerkingtreding van deze wijzigingsregeling (1 januari 2012) van toepassing is. De subsidieregelingen die in de bijlage van bijgaande regeling zijn genoemd, zijn regelingen die vóór 12 oktober 2010 in werking zijn getreden en op grond waarvan er na 1 januari 2012 nog subsidieverlening kan plaatsvinden.
Jaarlijks worden bepaalde normbedragen met betrekking tot de studietoelagen en de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten aangepast aan de loon- en prijsontwikkelingen. De regeling stelt die normbedragen voor het jaar 2012 vast, voor zover een wettelijk voorschrift daar opdracht voor geeft.
Sinds het schooljaar 2003-2004 ontvangen scholen voor praktijkonderwijs uit de Regeling doorontwikkeling praktijkonderwijs een aanvullende bekostiging om aan de slag te gaan met de kwaliteitsverbetering van het praktijkonderwijs. In het Regeerakkoord heeft het kabinet een subsidietaakstelling opgenomen. Ook de Regeling doorontwikkeling praktijkonderwijs loopt mee in deze taakstelling. Dit heeft twee gevolgen: 1. per 1 januari 2013 wordt deze regeling beëindigd; 2. de bedragen die betrekking hebben op het kalenderjaar 2012, worden gehalveerd.
Met deze wijzigingsregeling worden de volgende drie regelingen gewijzigd: de Regeling gebruik persoonsgebonden nummer bron, de Regeling gegevenslevering onderwijsnummer VO en de Regeling gegevensverstrekking persoonsgebonden nummer BVE 2009, vanwege de aanvaarding van het wetsvoorstel voor het toevoegen van het niet-bekostigd onderwijs aan de systematiek van het persoonsgebonden nummer en het basisregister onderwijs (bron). Deze wet strekt ertoe dat dit niet uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs wordt aangesloten op de systematiek van het persoonsgebonden nummer en het basisregister onderwijs. Dit betekent dat het betrokken niet-bekostigd onderwijs verplicht wordt van elke leerling een gegevensset gekoppeld aan diens persoonsgebonden nummer aan te leveren aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor opname in en verdere verwerking ervan in het kader van bron.
Voor deze kabinetsperiode is er sprake van een specifiek stimuleringsbeleid gericht op een beperkt aantal prioriteiten. Deze beleidsprioriteiten zijn uitgewerkt in de actieplannen Beter Presteren en Leraar 2020. Voor de komende periode is een belangrijke ambitie dat de prestaties van de leerlingen over de hele linie omhoog gaan. Daarvoor moet de kwaliteit van het voortgezet onderwijs verbeteren. Het Actieplan Beter Presteren bevat een beperkt aantal gerichte maatregelen.
De regeling is gewijzigd in verband met de invoering van respectievelijk de nieuwe beroepsgerichte kwalificatiestructuur en opleidingsdomeinen. Met de aanvaarding van het wetsvoorstel inzake de beroepsgerichte kwalificatiestructuur krijgen instellingen de mogelijkheid om deelnemers die nog niet kunnen kiezen voor welk beroep en diploma ze willen worden opgeleid, in te schrijven voor opleidingsdomeinen (in de BOL voor mbo niveau 2, 3 of 4) of voor kwalificatiedossiers. In dat geval moet de instelling ook, in samenspraak met de deelnemer, het niveau bepalen van die inschrijvingen.
De regeling verlengt de werkingsduur van de Regeling stagebox beroepsonderwijs 2006-2010 (opnieuw) met één jaar. De regeling wordt weer met een jaar verlengd omdat de economische situatie nog niet is hersteld. De regeling is nodig om het aantal stage- en simulatieplaatsen voldoende op peil te houden.
De regeling betreft een wijziging van de Regeling Praktijkleren en groene plus op 3 onderdelen: 1. De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie krijgt de mogelijkheid prioriteiten te bepalen die de instellingen in acht moeten nemen bij de besteding van de aanvullende bijdragen op basis van deze regeling (box 1 en box 2). Ook is een algemene grondslag toegevoegd voor het meewegen van beleidsprioriteiten van subsidieaanvragen op deze regeling. 2. De inrichting van de zogenaamde box 3 (investeringsruimte voor voorzieningen praktijkleren) wordt herzien met het oog op een scherpere prioritering, een betere bedrijfseconomische onderbouwing van de aanvragen en op een betere beoordelingsprocedure. Zie paragraaf 5. 3. De grondslag voor de zogenaamde 2% innovatiemiddelen voor KBB Aequor wordt in box 4 van de regeling opgenomen. Bij de regeling wordt ten slotte de bijlage gepubliceerd waarin de opleidingen die meetellen voor de verdeling van de middelen in box 2 (zogenaamde primaire opleidingen), bekend worden gemaakt.
De regeling strekt tot openstelling van een aanvraagperiode voor subsidies op grond van de Regeling kennisverspreiding en innovatie groen onderwijs (KIGO) en van de Regeling praktijkleren en Groene plus voor wat betreft box 4: de subsidies voor de implementatie van het onderwijsbeleid, en box 3: de subsidieruimte voor investeringen in voorzieningen voor praktijkleren.
Een opleidingsschool is een school waar een relatief groot deel van de formatie wordt bezet door leraren die nog in opleiding zijn en die veelal na afronding van de lerarenopleiding op een andere school werk zullen moeten vinden. Het kost meer tijd om het concept ‘academische opleidingsschool’ te verankeren in de opleidingsschool dan werd gedacht bij de invoering van de Regeling verdiepingsslag academische opleidingsschool 2009-2011. Daarom is besloten een tijdelijke nieuwe subsidieregeling op te stellen die gericht is op verankering van de academische opleidingsschool uiterlijk in 2016.