De publicatie bevat het Reglement erkenning leerbedrijven 2012. Uitsluitend bedrijven en organisaties die voldoen aan de bepalingen van het reglement en die door het kenniscentrum als zodanig erkend zijn, mogen optreden als leerbedrijf, praktijkcentrum of uitzendorganisatie.
Het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB (Stb. 2011, 563) bepaalt dat het deels in werking treedt op 1 januari 2012, en deels op een nader te bepalen tijdstip. Dat tijdstip is nu vastgesteld op 1 augustus 2012 door middel van het besluit van 16 april 2012.
De wet breidt het gebruik van het persoonsgebonden nummer in het onderwijs uit. Het regelt het gebruik van het persoonsgebonden nummer van een leerling of deelnemer voor het uitwisselen van gestandaardiseerde leer- en begeleidingsgegevens tussen scholen en instellingen voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs. Verder regelt de wet dat het persoonsgebonden nummer in het verkeer tussen het bevoegd gezag van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en de Informatie Beheer Groep gebruikt kan worden bij de opgave van de leerlingen die door deze scholen ambulant begeleid worden.
Het wetsvoorstel gericht op de wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs ten behoeve van het bevorderen van doelmatige leerwegen in het beroepsonderwijs en het moderniseren van de bekostiging van het beroepsonderwijs is voor behandeling aangeboden aan de Tweede Kamer.
In schooljaar 2010-2011 is het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters gedaald naar 38.600 op landelijk niveau (voorlopige cijfers). Wanneer rekening wordt gehouden met de circa 4.000 jongeren die door de gehanteerde meetsystematiek onterecht worden geteld als voortijdig schoolverlater, is de doelstelling van maximaal 35.000 voortijdig schoolverlaters in 2012 in feite bereikt, aldus de minister in een brief aan de Tweede Kamer. Gemeten naar de Europese definitie heeft Nederland het aandeel voortijdig schoolverlaters teruggedrongen van 15,4 procent in 2000 tot 10,1 procent in 2010. Deze EU-indicator beweegt relatief traag omdat het de totale groep uitvallers betreft van oude en nieuwe voortijdig schoolverlaters tussen de 18 en 25 jaar. Het gemiddelde in de EU daalde van 17,6 procent naar 14,1 procent. Het Nederlandse resultaat ligt dus op een lager niveau en het aandeel voortijdig schoolverlaters is sneller gedaald.
Beleidsbeslissingen die de overheid neemt, moeten vallen binnen een langetermijnperspectief op onderwijs. Dit langetermijnperspectief omvat een visie op de doelen van onderwijs in brede zin. Bij het ontwerpen van beleidsmaatregelen is het van belang na te gaan in hoeverre ze bijdragen aan individuele en maatschappelijke opbrengsten en wat te verwachten effecten zijn door de hele onderwijskolom heen. Dit is een van de aanbevelingen van de Onderwijsraad in het advies Geregelde ruimte.
De Eerste Kamer heeft op 31 januari 2012 met algemene stemmen de nieuwe Wet op het onderwijstoezicht (WOT) aangenomen. De wetswijziging gaat in op 1 juli 2012 en betreft grotendeels de wettelijke vastlegging van de manier waarop de inspectie al een aantal jaren toezicht houdt, namelijk risicogericht. Het toezicht concentreert zich vooral op die scholen waar het risico op onvoldoende kwaliteit het grootst is. Het toezicht bij onderwijsinstellingen die goed presteren wordt daarmee verminderd.
In 2012 bedraagt het bezoldigingsmaximum in het primair onderwijs 162.210 euro. Voor het voortgezet onderwijs resp. het middelbaar beroepsonderwijs geldt een bedrag van 180.346 euro resp. 195.459 euro.
Het verschil in opleidingsniveau tussen de vier grootste migrantengroepen en autochtone Nederlanders is nog steeds aanzienlijk. Van de Turkse groep in Nederland heeft 35 procent niet meer dan basisonderwijs; van de Marokkaanse groep is dit zelfs 40 procent. Een aanzienlijk deel van de Turks- en Marokkaans-Nederlandse vrouwen van de eerste generatie is nooit naar school geweest of heeft alleen basisonderwijs. Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders zijn beduidend hoger opgeleid, maar halen nog niet het niveau van de autochtone bevolking. Toch stijgt het opleidingsniveau onder migranten gestaag en sneller dan onder autochtone Nederlanders. Dit heeft te maken met het groter worden van de tweede generatie, die een veel hoger opleidingsniveau haalt dan de eerste generatie. Vooral in de Marokkaanse groep neemt het opleidingsniveau snel toe: het aandeel laagst opgeleiden (maximaal basisonderwijs) is in twintig jaar tijd meer dan gehalveerd. Dit schrijft het SCP in editie 2011 van het Jaarrapport Integratie.
Met ingang van 15 februari 2012 kunnen leraren zich registreren in het lerarenregister.