Verweerster heeft in beroep gehandhaafd het besluit van burgemeester en wethouders van Cromstrijen van 7 augustus 1986, waarbij afwijzend is beschikt op het verzoek van appellant om, voor het schooljaar 1986-1987, een tegemoetkoming in de kosten van vervoer van zijn twee kinderen naar de Reformatorische basisschool, gelegen te K.
In geding is het bij het bestreden besluit gehandhaafde besluit van verweerders van 1 maart 1988, waarbij afwijzend is beschikt op het verzoek van appellant om een tegemoetkoming in de kosten van aangepast vervoer ten behoeve van zijn zoon B. van en naar de Vrijgemaakt Gereformeerde basisschool te G.
Het geschil dat partijen verdeeld houdt betreft in de eerste plaats de afstand tussen de ouderlijke woning en de door de oudste zoon van appellante bezochte school. Daarbij is onbestreden dat de door appellante en haar zoon van huis naar school af te leggen afstand minder bedraagt dan 2 km. Appellante stelt evenwel dat de van school naar huis af te legger. afstand meer bedraagt dan 2 km.
Het bestreden besluit betreft de ongegrondverklaring van de bezwaren van appellant tegen het besluit van verweerders van 25 september 1987, waarbij zij afwijzend hebben beslist op het verzoek van appellant om een tegemoetkoming in de kosten van vervoer van zijn zoon A. naar en van de Reformatorische Eben Haëzerschool voor basisonderwijs te Teuge, gemeente Voorst.
Ingevolge artikel 10 van de Verordening Leerlingenvervoer gemeente A hierna: de Verordening, kennen burgemeester en wethouders een vergoeding toe op basis van de kosten van het openbaar vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor basisonderwijs bezoekt, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan 4 km bedraagt. In artikel 12, onder b, is bepaald dat burgemeester en wethouders een vergoeding toekennen op basis van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor basisonderwijs bezoekt, indien wordt voldaan aan het criterium van artikel 10 en de leerling met gebruikmaking van het openbaar vervoer naar school of terug meer dan één uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht.
Bij besluit van 8 juli 1997 heeft het Dagelijks Bestuur van het Stadsdeel De Pijp (hierna: het dagelijks bestuur) geweigerd om een appellant een vergoeding toe te kennen van de kosten van de kosten van aangepast vervoer ten behoeve van het schoolbezoek van zijn kinderen, naar en van de Basisschool El Faroeq te Amsterdam voor het schooljaar 1997-1998.
Bij besluit van 19 juli 1999 hebben burgemeester en wethouders van Utrecht (hierna: burgemeester en wethouders) het verzoek van appellant om vergoeding van de kosten van vervoer van zijn minderjarige zoon van en naar de Dr.