De algemene arbeidsduur van de werknemer die is aangesteld in een volledige normbetrekking, bedraagt 1659 uur op jaarbasis en wordt uitgedrukt in werktijdfactor (wtf) 1. Deze algemene arbeidsduur of ...
De wijziging van de WPO en de WEC in 2006 heeft de mogelijkheid geboden de schooltijden anders in te richten. Het traditionele rooster van 1.000 uur in de bovenbouw (groepen 5 tot en met 8) en 880 in de onderbouw (groepen 1 tot en met 4) wordt sindsdien steeds vaker verlaten. In eerste instantie is daarbij de aandacht vooral uitgegaan naar een rooster met een gelijk aantal schooluren voor elk leerjaar, het zogenoemde Hoorns model. Dat model en varianten daarop zijn nu al op een groot aantal plaatsen gerealiseerd. Andere schooltijden in het onderwijs staat volop in de belangstelling. De discussie is met name aangezwengeld door de initiatiefgroep Andere Tijden in onderwijs en opvang. De initiatiefgroep heeft het maatschappelijk debat gestimuleerd, meegewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe schooltijdmodellen en diverse publicaties uitgegeven. De inspiratie voor andere schooltijden stoelt mede op nieuwe inzichten waarbij gesproken wordt over het vijf gelijke dagen-model, het bioritme-model en het van 7 tot 7-model. Wijziging van schooltijden heeft wel financiële consequenties en één van de gevolgen is ook dat de regelingen rond de bepaling van de werktijdfactor onder druk komen te staan.
De bepaling van de werktijdfactor is een cruciaal onderdeel van de rechtspositie van het personeel. Het is het vertrekpunt voor de bepaling van tal van rechtspositionele aanspraken zoals onder andere het salaris. Het berekenen van de werktijdfactor gaat voor het onderwijzend personeel (OP) uit van de inzet aan lesgevende taken. Die werkwijze geldt ook voor het onderwijsondersteunend personeel (OOP) met lesgebonden- en/of behandeltaken. Het rooster van de school is daarbij leidend.
De algemene arbeidsduur van de werknemer die is aangesteld in een volledige normbetrekking, bedraagt 1659 uur op jaarbasis en wordt uitgedrukt in werktijdfactor 1,0000. Deze algemene arbeidsduur of normjaartaak geldt voor iedereen binnen de onderwijsorganisatie, voor het onderwijsondersteunend personeel, voor het onderwijsgevend personeel en voor de directie. Voor het onderwijzend personeel, het onderwijsondersteunend personeel met les en/of behandeltaken en voor de directie geldt bovendien dat binnen de normjaartaak 10% aangemerkt wordt als uren voor deskundigheidsbevordering. De maximale lessentaak bij een normbetrekking bedraagt 930 uur voor personeelsleden die belast zijn met lesgevende en/of behandeltaken.