De Modelverordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen wordt gevolgd door een algemene toelichting en een artikelsgewijze toelichting.
Door de groei van en de dalende kosten van de kinderopvang en het gebruik van VVE door de kinderopvang staat de positie van peuterspeelzalen onder druk. Peuterspeelzaalondernemers zullen zich moeten beraden over welke positie zij willen innemen, voor nu en in de toekomst. Deze handreiking kan als hulpmiddel dienen bij het bepalen van de toekomstige positie van het peuterspeelzaalwerk in de lokale samenleving.
Het peuterspeelzaalwerk heeft een belangrijke plaats in het lokale jeugdbeleid, binnen de keten van voorzieningen voor 0-6-jarigen. Het behoort tot het domein van de lokale overheid en wordt grotendeels bekostigd met lokale middelen. De uitvoering van de kinderopvang daarentegen, wordt overgelaten aan de markt. Vooralsnog zal het peuterspeelzaalwerk niet worden omgevormd tot een bredere basisvoorziening met een rijksbekostiging. Deze handreiking beschrijft het peuterspeelzaalbeleid in relatie tot de verschillende deelterreinen van het jeugdbeleid.