De regeling geeft regels voor de verstrekking van bijzondere bekostiging voor het primair onderwijs en het speciaal onderwijs. Deze bijzondere bekostiging houdt verband met de actieplannen 'Basis voor Presteren en Leraar 2020' en de verstrekking van subsidie in het kader van het programma 'Cultuureducatie met Kwaliteit'. Dit heeft tot doel om voor de komende periode de kwaliteit van het primair onderwijs te verbeteren. Daarvoor moeten de prestaties van de leerlingen over de hele linie omhoog. Om dit te bereiken, zijn er prestatieafspraken gemaakt met de PO-raad voor het basisonderwijs en de minister. Uitgangspunt bij de prestatieafspraken is dat schoolbesturen de ruimte hebben om de landelijke prioriteiten te vertalen naar het eigen beleid en dat ze daarbij uitgaan van hun (start)situatie. Dit moet leiden tot een gerichte inzet van de middelen die met deze prestatiebox beschikbaar komen. De afspraken hebben betrekking op de schooljaren 2011-2012 tot en met 2014-2015.
De regeling wijzigt de 'Regeling OCW-subsidies' (ROS) en heeft als doel de ROS van toepassing te verklaren op subsidieregelingen die inwerking zijn getreden vóór de inwerkingtreding van de ROS op 12 oktober 2010. Om niet geconfronteerd te worden met het feit dat subsidieontvangers te maken krijgen met een gewijzigd verantwoordingsregime, is in de ROS een nieuw artikel ingevoegd, dat het overgangsrecht regelt. Dat artikel verwijst naar de bijlage waarin subsidieregelingen zijn opgenomen waarop de ROS vanaf het moment van inwerkingtreding van deze wijzigingsregeling (1 januari 2012) van toepassing is. De subsidieregelingen die in de bijlage van bijgaande regeling zijn genoemd, zijn regelingen die vóór 12 oktober 2010 in werking zijn getreden en op grond waarvan er na 1 januari 2012 nog subsidieverlening kan plaatsvinden.
De gemeente draagt de kosten voor de mbo-er in de pilots startgroepen voor peuters voor vier dagdelen van ten minste 2,5 uur. De kosten voor de mbo-er voor het vijfde dagdeel worden niet vergoed door de gemeente, en ook niet gesubsidieerd op basis van de subsidieregeling. De wijziging regelt dat de kosten voor het vijfde dagdeel van de mbo-er ook door het Rijk worden vergoed.
De regeling stelt de stichtings- en opheffingsnormen vast per 1 januari 2011 voor basisscholen in gemeenten die betrokken zijn geweest bij een gemeentelijke herindeling, danwel een grenscorrectie. De herindeling en grenscorrecties van gemeenten in voorliggende regeling zijn doorgevoerd op 1 januari 2011. De normen die in artikel 1 en in artikel 2 worden genoemd, gelden vanaf 1 januari 2012 tot 1 augustus 2013.
Een opleidingsschool is een school waar een relatief groot deel van de formatie wordt bezet door leraren die nog in opleiding zijn en die veelal na afronding van de lerarenopleiding op een andere school werk zullen moeten vinden. Het kost meer tijd om het concept ‘academische opleidingsschool’ te verankeren in de opleidingsschool dan werd gedacht bij de invoering van de Regeling verdiepingsslag academische opleidingsschool 2009-2011. Daarom is besloten een tijdelijke nieuwe subsidieregeling op te stellen die gericht is op verankering van de academische opleidingsschool uiterlijk in 2016.
Sinds 2008 berust het financiële toezicht op het onderwijs bij de Inspectie van het Onderwijs. Het financiële toezicht is reeds op hoofdlijnen toegevoegd aan het toezichtkader PO/VO en in het Jaarwerkplan van de inspectie. Met deze beleidsregel geeft de inspectie een verdere uitwerking van dit toezicht voor de sectoren primair onderwijs en voortgezet onderwijs.
Met dit besluit stelt de staatssecretaris een commissie in voor de wetenschappelijke begeleiding van de experimenten prestatiebeloning in het onderwijs.
De regeling maakt het mogelijk dat schoolbesturen in de sectoren PO, VO en BVE kunnen experimenteren met prestatiebeloning in het onderwijs.
De regeling past de bedragen aan van de personele bekostiging voor het primair onderwijs voor het schooljaar 2011-2012. Verder worden de bedragen aangepast voor het leerlinggebonden budget in het voortgezet onderwijs voor het schooljaar 2011-2012. De regeling bevat ook de bekostigingsbedragen voor bijzondere situaties zoals schipperskinderen, zigeunerkinderen en de zogenoemde 'rugzak' kinderen. Deze bijzondere situaties zijn zoveel mogelijk in deze regeling gebundeld. Ook het aangepaste bedrag voor het toekennen van de specifieke uitkering aan gemeenten voor het bestrijden van onderwijsachterstanden, is in deze regeling opgenomen.