Al geruime tijd wordt er gesproken over de zogeheten Wet Passend Onderwijs (1). Deze wet behelst een flink aantal ingrijpende wijzigingen in respectievelijk de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet medezeggenschap op scholen, de Wet op het onderwijstoezicht en de Leerplichtwet 1969. Daarnaast bevat ze nog ruim dertig ingewikkelde constructies om de invoering ook financieel soepel te doen verlopen. In dit artikel gaat de auteur vooral in op de consequenties die invoering van de Wet Passend Onderwijs voor de medezeggenschap, en concentreert zich op artikel V van de wet.
Zoals elke andere organisatie, dient een kinderopvanginstelling ingeschreven te zijn bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Een peuterspeelzaal is een wijkgerichte voorziening waar kinderen van twee tot vier jaar enkele dagdelen per week komen en die als eerste doel heeft ontspanning, ontmoeting en ontwikkeling.
De positie van ouders in de kinderopvang is van groot belang. De wetgever stelt een oudercommissie bij elke kinderopvangorganisatie verplicht. Een oudercommissie is voor alle partijen onontbeerlijk voor een goede communicatie met ouders en het handhaven van de kwaliteit van de dienstverlening.
Het toezicht waar de gemeenten verantwoordelijk voor zijn bestaat uit een aantal onderdelen. Het gaat om: 1. De algemene kwaliteit en de veiligheid (uitgevoerd door de GGD) 2. De brandveiligheid ...
Pedagogisch medewerkers in de kinderopvang en buitenschoolse opvang moeten minimaal een diploma op MBO 2 niveau hebben.
De Wet kinderopvang verplicht een gastouderbureau, kindercentrum en een buitenschoolse opvang om 'verantwoorde kinderopvang' aan te bieden. Daarmee wordt kinderopvang bedoeld die bijdraagt aan een goede ontwikkeling van kinderen in een veilige en gezonde omgeving. In het toezichtkader dat de GGD-en als toezichthouder hanteren is dit begrip nader ingevuld. De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het pedagogische klimaat ligt primair bij de sector.
Een aantal kwaliteitsaspecten van kinderopvang wordt geïnspecteerd door het Rijk. Het gaat dan enerzijds om de veiligheid van kinderbedden, boxen en speeltoestellen (Voedsel en Warenautoriteit). Anderzijds betreft het Rijkstoezicht op de arbeidsomstandigheden van de werknemers (Arbeidsinspectie).
Risico gestuurd toezicht is een vorm van toezicht waarbij de GGD‘en meer maatwerk mogelijk maken bij het uitvoeren van het toezicht op de kinderdagverblijven.