Het is volgens de Onderwijsraad niet verstandig om in de huidige situatie het aantal profielen in de bovenbouw havo/vwo te verminderen. In een advies aan de minister van OCW heeft de raad diverse scenario’s uitgewerkt om te komen tot minder profielen, maar concludeert dat geen van de opties een inhoudelijke verbetering zou betekenen. Evenmin leidt reductie van het aantal profielen tot omvangrijke organisatorische winst.
De bestaande opleidingen voor leraren vmbo en mbo moeten worden aangepast, omdat zij onvoldoende rekening houden met de kenmerken van beide onderwijstypen, aldus de Onderwijsraad. Leraren in het vmbo moeten kennis hebben van hun vak en van het beroepenveld, maar ook beschikken over specifieke pedagogische en didactische competenties. Leraren in het mbo moeten vooral beroepsgericht en vakinhoudelijk competent zijn. Zij moeten bovendien betere voorbereid zijn op het functioneren in competentiegericht onderwijs en op het werken met kwalificatiedossiers.
Minimaal twee volledige schooljaren nadat de Wet passend onderwijs door de Eerste Kamer is aangenomen, zou de wet pas in werking moeten treden, zodat het onderwijsveld de tijd heeft om de noodzakelijke voorbereidingen te treffen in de sfeer van de randvoorwaarden. Dit is een van de aanbevelingen van de Onderwijsraad in het advies over het concept wetsvoorstel passend onderwijs. Het advies is begin mei jl. aan de minister aangeboden, maar pas in september op de site van de Onderwijsraad gepubliceerd.
Volgens de Onderwijsraad is er ruimte is voor het verhogen van het kennisniveau van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs. Om deze ruimte te benutten is inzet op kwaliteit gekoppeld aan hoge eisen nodig. Dit stelt de raad in het advies ‘Naar hogere leerprestaties in het voortgezet onderwijs’ als reactie op het door de minister van OCW aangekondigde actieplan ‘Beter presteren’. De raad formuleert vier aanbevelingen om te komen tot een kwaliteitsverhoging van het onderwijs gericht op hogere leerprestaties van alle leerlingen.