De publicatie bevat het Reglement erkenning leerbedrijven 2012. Uitsluitend bedrijven en organisaties die voldoen aan de bepalingen van het reglement en die door het kenniscentrum als zodanig erkend zijn, mogen optreden als leerbedrijf, praktijkcentrum of uitzendorganisatie.
De publicatie bevat het overzicht van de besluiten die de minister heeft genomen wat betreft de goedkeuring dan wel de afwijzing van een aantal aanvragen die zijn ingediend voor 1 november 2011 in het kader van de procedure voor bekostiging van een nieuwe school of scholengemeenschap.
De publicatie bevat het instemmende besluit dat de minister heeft genomen in het kader van een aanvraag om voor bekostiging in aanmerking te komen als nevenvestiging of als tijdelijke nevenvestiging van dislocaties. Belanghebbenden kunnen hun zienswijzen hieromtrent mondeling of schriftelijk kenbaar maken bij DUO-Zoetermeer.
De wet breidt het gebruik van het persoonsgebonden nummer in het onderwijs uit. Het regelt het gebruik van het persoonsgebonden nummer van een leerling of deelnemer voor het uitwisselen van gestandaardiseerde leer- en begeleidingsgegevens tussen scholen en instellingen voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs. Verder regelt de wet dat het persoonsgebonden nummer in het verkeer tussen het bevoegd gezag van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en de Informatie Beheer Groep gebruikt kan worden bij de opgave van de leerlingen die door deze scholen ambulant begeleid worden.
De publicatie bevat het overzicht van de besluiten die de minister heeft genomen in het kader van de regionale plannen inzake onderwijsvoorzieningen voortgezet onderwijs voor het schooljaar 2012-2013. De publicatie bevat een overzicht welke aanvragen de minister heeft goedgekeurd en welke voorwaarden zij aan de goedkeuring heeft verbonden.
In schooljaar 2010-2011 is het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters gedaald naar 38.600 op landelijk niveau (voorlopige cijfers). Wanneer rekening wordt gehouden met de circa 4.000 jongeren die door de gehanteerde meetsystematiek onterecht worden geteld als voortijdig schoolverlater, is de doelstelling van maximaal 35.000 voortijdig schoolverlaters in 2012 in feite bereikt, aldus de minister in een brief aan de Tweede Kamer. Gemeten naar de Europese definitie heeft Nederland het aandeel voortijdig schoolverlaters teruggedrongen van 15,4 procent in 2000 tot 10,1 procent in 2010. Deze EU-indicator beweegt relatief traag omdat het de totale groep uitvallers betreft van oude en nieuwe voortijdig schoolverlaters tussen de 18 en 25 jaar. Het gemiddelde in de EU daalde van 17,6 procent naar 14,1 procent. Het Nederlandse resultaat ligt dus op een lager niveau en het aandeel voortijdig schoolverlaters is sneller gedaald.
Het aantal schorsingen in het voortgezet onderwijs is voor het tweede opeenvolgende jaar gedaald. Het aantal leerlingen dat van school verwijderd werd, nam in het schooljaar 2010-2011 licht toe. In totaal meldden scholen 4.079 schorsingen van langer dan een dag en 650 verwijderingen bij de inspectie.
Op www.leerlingendaling.nl vinden scholen voor primair en voortgezet onderwijs informatie over de gevolgen van de leerlingendaling en hoe ermee om te gaan.
Beleidsbeslissingen die de overheid neemt, moeten vallen binnen een langetermijnperspectief op onderwijs. Dit langetermijnperspectief omvat een visie op de doelen van onderwijs in brede zin. Bij het ontwerpen van beleidsmaatregelen is het van belang na te gaan in hoeverre ze bijdragen aan individuele en maatschappelijke opbrengsten en wat te verwachten effecten zijn door de hele onderwijskolom heen. Dit is een van de aanbevelingen van de Onderwijsraad in het advies Geregelde ruimte.
De Eerste Kamer heeft op 31 januari 2012 met algemene stemmen de nieuwe Wet op het onderwijstoezicht (WOT) aangenomen. De wetswijziging gaat in op 1 juli 2012 en betreft grotendeels de wettelijke vastlegging van de manier waarop de inspectie al een aantal jaren toezicht houdt, namelijk risicogericht. Het toezicht concentreert zich vooral op die scholen waar het risico op onvoldoende kwaliteit het grootst is. Het toezicht bij onderwijsinstellingen die goed presteren wordt daarmee verminderd.